jun 18, 2026 | Belastingplan
De voorlopige inhoud van het Belastingplan 2027-pakket geeft een eerste blik op de aanstaande wijzigingen. Het pakket Belastingplan 2027 omvat vier wetsvoorstellen, waaronder het Belastingplan 2027 zelf en het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen 2027, dat technische aanpassingen bevat zonder budgettaire gevolgen. Daarnaast zijn er wetsvoorstellen voor veiligehavenregels Wet minimumbelasting 2024 en fiscale stimulering van startups en scale-ups.
Overdrachtsbelasting en btw
De overdrachtsbelasting voor particuliere investeerders daalt van 8% naar 7% per 1 januari 2027 voor woningen waarin de verkrijger niet zelf duurzaam gaat wonen. Ook komt er een nieuwe vrijstelling in de overdrachtsbelasting voor woningcorporaties die DAEB-woningen aan elkaar overdragen. Het lage btw-tarief voor sierteeltproducten stijgt van 9% naar het algemene btw-tarief van 21% per 1 januari 2028.
Aftrekposten en accijnzen
De aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten wordt afgeschaft per 2028. De startersaftrek wordt per 1 januari 2027 verlaagd en per 1 januari 2028 volledig afgeschaft. De onbelaste reiskostenvergoeding stijgt met € 0,02 naar € 0,25 per kilometer, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. De korting op de brandstofaccijns voor benzine wordt verlengd in 2027, waarna het reguliere tarief per 1 januari 2028 weer van toepassing is. Vanaf 2027 worden de alcoholaccijnzen jaarlijks geïndexeerd.
Fiscale stimulering en overige maatregelen
Het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) wordt per 1 januari 2027 verhoogd van 40% naar 45,5%. De fiscale behandeling van valutaresultaten op afdekkingsinstrumenten onder de deelnemingsvrijstelling wordt aangepast om onevenwichtigheden weg te nemen. De accijnsteruggaafregeling voor bio- en hernieuwbare brandstoffen wordt per 1 januari 2027 beëindigd.
Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 2026D28734 | 09-06-2026
dec 18, 2025 | Belastingplan
De Eerste Kamer heeft het pakket Belastingplan 2026 aangenomen. Ook zijn vijf moties aangenomen.
Tijdens het debat is veel gesproken over amendementen die de Tweede Kamer heeft aangenomen en die de belastingplannen hebben veranderd. De meningen over de inhoud van die amendementen verschilden, maar wel waren de meeste partijen het erover eens dat de effecten van de wijzigingen niet altijd even goed doordacht zijn. Het gaat bijvoorbeeld om de aanpassing van de youngtimerregeling, verhoging van de brandstofaccijnzen ten gunste van investeringen in het openbaar vervoer en versnelde afbouw van de Wet Hillen, de fiscale regeling die huiseigenaren met een (bijna) afgeloste hypotheek vrijstelde van belastingheffing over het eigenwoningforfait.
Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 15-12-2025
dec 4, 2025 | Belastingplan
De aanpassing van het forfait voor overige bezittingen in box 3 komt te vervallen. Daardoor komt het forfait in 2026 uit op 6% in plaats van 7,78%.
De voorgestelde verlaging van het heffingvrije vermogen in box 3 is eveneens vervallen. Het heffingvrije vermogen wordt als gevolg van het amendement op 1 januari 2026 volledig geïndexeerd met de tabelcorrectiefactor. Het heffingvrije vermogen komt daardoor in 2026 uit op € 59.357, in plaats van € 51.396.
Bron: Tweede Kamer | wetswijziging | 36812, nr 47 | 26-11-2025
dec 4, 2025 | Belastingplan
De youngtimerregeling verwijst naar de manier waarop het privévoordeel wordt vastgesteld van een auto die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen. Voor deze auto’s geldt een bijtelling van 35% van de waarde in het economische verkeer. Voor auto’s die onder de leeftijdsgrens zitten, geldt een bijtelling van 22% van de catalogusprijs, voor zover van toepassing verminderd met de korting voor nulemissie voertuigen.
De leeftijdsgrens wordt per 2026 verhoogd van 15 jaar naar 16 jaar. Hierdoor komen er in 2026 geen youngtimers meer bij. Per 2027 wordt de leeftijdsgrens verder verhoogd van 16 naar 25 jaar.
Bron: Tweede Kamer | wetswijziging | 36812, nr 102 | 26-11-2025
sep 17, 2025 | Belastingplan
Het pakket Belastingplan 2026 bestaat uit acht wetsvoorstellen met een breed palet aan fiscale maatregelen. De tarieven en heffingskortingen in de inkomstenbelasting zien er als volgt uit.
| |
2026 |
2025 |
| Tarief schijf 1 |
35,7% |
35,82% |
| Tarief schijf 2 |
37,56% |
37,48% |
| Tarief schijf 3 |
49,5% |
49,5% |
| Grens schijf 1 |
€ 38.883 |
€ 38.441 |
| Grens schijf 2 |
€ 79.137 |
€ 76.817 |
| Algemene heffingskorting, maximaal |
€ 3.115 |
€ 3.068 |
| Arbeidskorting, maximaal |
€ 5.712 |
€ 5.599 |
| IACK, maximaal |
€ 3.032 |
€ 2.986 |
| Jonggehandicaptenkorting |
€ 923 |
€ 909 |
| Zelfstandigenaftrek |
€ 1.200 |
€ 2.470 |
| Mkb-winstvrijstelling |
12,7% |
12,7% |
Inflatiecorrectie beperkt
De btw-verhoging op culturele activiteiten is geschrapt. Dit wordt gedekt door de inflatiecorrectie van de inkomsten- en loonbelasting voor 2026 te beperken. Normaal zou de inflatiecorrectie 2,9% bedragen (factor 1,029), maar nu wordt slechts 57% toegepast (factor 1,01653). Daardoor stijgen tariefschijven, heffingskortingen en enkele andere bedragen minder sterk.
Nieuwe samentelbepaling EIA
De energie-investeringsaftrek (EIA) biedt een aftrek van 40% op energiebesparende investeringen, met een wettelijk maximumbedrag van € 151 miljoen per belastingplichtige per jaar. Bij ondernemers die zowel zelfstandig investeren als via een samenwerkingsverband, bestond de kans dat de EIA over meer dan € 151 miljoen werd toegepast. De nieuwe samentelbepaling voorkomt dit door alle energie-investeringen per belastingplichtige samen te tellen.
Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 15-09-2025
sep 17, 2025 | Belastingplan
Fossiele leaseauto’s worden duurder voor werkgevers
Vanaf 1 januari 2027 geldt een pseudo-eindheffing van 12% over de waarde van fossiele personenauto’s die een werkgever voor privégebruik aan werknemers ter beschikking stelt. Dit stimuleert werkgevers om elektrische auto’s aan te bieden. Fossiele auto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt, vallen hier niet onder. De heffing geldt voor M1-voertuigen (max. 9 zitplaatsen), inclusief bijzondere voertuigen zoals kampeerauto’s, maar niet voor militair of speciaal materieel. Privégebruik omvat ook woon-werkverkeer. De belasting ligt volledig bij de werkgever; verhalen op de werknemer is niet toegestaan. Voor auto’s die vóór 1 januari 2027 beschikbaar zijn gesteld, geldt overgangsrecht tot 17 september 2030. De pseudo-eindheffing wordt berekend per kalendermaand en op basis van de cataloguswaarde (auto ouder dan 25 jaar: marktwaarde).
Verduidelijking fietsregeling
De fietsregeling uit 2020 (7% bijtelling bij privégebruik) zorgde voor onduidelijkheid, vooral bij deel- en hubfietsen. Volgens de wet gold de bijtelling zodra een fiets ook voor woon-werkverkeer beschikbaar was, zelfs als werknemers de fiets alleen voor het laatste stukje vanaf een station gebruikten. Het kabinet stelt nu voor om dit te repareren, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020. Als een fiets niet of hooguit incidenteel (minder dan 10%) bij de woning van de werknemer of ib-ondernemer wordt gestald, bedraagt de bijtelling voortaan nihil. Met andere woorden: geen belasting verschuldigd, ook niet bij gebruik voor (een deel van) woon-werkverkeer.
Versoberen ETK-regeling
Voor werkgevers bestaat de mogelijkheid om werknemers de extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst in het kader van de dienstbetrekking onbelast te vergoeden. Voor de onbelaste vergoeding van deze extraterritoriale kosten (ETK) zijn er twee regelingen: een forfaitaire regeling (de expatregeling) en een regeling op basis van de werkelijke extraterritoriale kosten (ETK-regeling). Het kabinet stelt voor om de ETK-regeling te versoberen. Vanaf 1 januari 2026 kunnen de volgende kosten niet langer onbelast worden vergoed:
- extra kosten van levensonderhoud (gas, water, licht, nutsvoorzieningen);
- extra gesprekskosten met het land van herkomst.
De expatregeling blijft grotendeels onaangetast, behalve de eerder aangekondigde verlaging van het forfaitaire percentage van 30 naar 27 per 1 januari 2027.
Bron: Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 15-09-2025