feb 19, 2026 | Inkomstenbelasting
Een bv heeft een forse vordering op haar dga. De bv onderneemt geen actie om de vordering te innen, terwijl duidelijk is dat de dga deze niet kan aflossen. De inspecteur stelt dat dit stilzitten neerkomt op het prijsgeven van de vorderingen en dus een winstuitdeling vormt. De dga betwist dit. Zonder formele kwijtschelding is geen sprake van prijsgeven.
Lening van bv
Een dga leent in de loop der jaren forse bedragen van zijn bv voor de aankoop van een woning in Nederland, een woning in Spanje en effecten. Daarnaast loopt een rekening-courantschuld op. Eind 2014 bedraagt de totale schuld ruim € 2,3 miljoen. De winstreserves van de bv bedragen circa € 2 miljoen. Uit correspondentie met de Belastingdienst blijkt dat de dga de schulden niet kan aflossen. De waarde van de effecten is gedaald, de Nederlandse woning is verkocht zonder dat de opbrengst werd gebruikt voor aflossing en de dga emigreert in 2014 naar Spanje. De inspecteur legt navorderingsaanslagen op over 2012 en 2014.
Stilzitten
De inspecteur stelt dat de bv haar rechten als schuldeiser heeft prijsgegeven door geen actie te ondernemen, terwijl een onafhankelijke derde dat wel zou doen. Dit onzakelijke stilzitten vormt volgens de inspecteur een winstuitdeling. De dga bepleit een formeel-juridische benadering: pas bij kwijtschelding of liquidatie is sprake van prijsgeven. Het enkele stilzitten is daarvoor onvoldoende. De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslagen. De inspecteur gaat in hoger beroep.
Prijsgeven
Volgens een arrest van de Hoge Raad van 13 januari 2023 kan een lening na verstrekking alsnog een onttrekking vormen als de bv haar rechten als schuldeiser prijsgeeft. Uit eerdere rechtspraak leidt het hof af dat het enkele stilzitten onvoldoende is voor prijsgeven. Pas wanneer de vordering in formeel-juridische zin tenietgaat, bijvoorbeeld door kwijtschelding of liquidatie, is sprake van prijsgeven. De bv heeft geen actieve handelingen verricht waaruit formeel prijsgeven blijkt. De totale schuld vormt daarom geen winstuitdeling. Wel oordeelt het hof dat de jaarlijkse toename van de rekening-courantschuld in 2012 en 2014 een winstuitdeling vormt. Op het moment van bijschrijving stond immers vast dat de dga die bedragen niet kon of zou aflossen.
Winstuitdeling
Het enkel niet innen van een vordering is nog geen prijsgeven. Daarvoor is een formele handeling nodig, zoals kwijtschelding. Nieuwe opnames in rekening-courant kunnen wel direct als uitdeling kwalificeren als op dat moment vaststaat dat de dga niet kan of zal aflossen. Dga’s met een oplopende schuld aan hun bv doen er verstandig aan de situatie tijdig te beoordelen.
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2025:3620 | 16-12-2025
feb 19, 2026 | Ondernemingswinst
Een zelfstandig sportinstructeur maakt tijdens de coronalockdown instructievideo’s vanuit haar woonkamer. Zij brengt een deel van de huur van haar appartement ten laste van haar winst. De inspecteur weigert de aftrek, omdat de woonkamer geen zelfstandige werkruimte is. De onderneemster stelt dat de verkeersopvattingen door de coronacrisis zijn veranderd: thuiswerken is immers normaal geworden. Heeft zij recht op aftrek van de huurkosten?
Woonkamer
Een vrouw huurt een appartement voor € 700 per maand. Het appartement heeft één toilet en één badkamer. De ruimtes zijn van elkaar af te scheiden door binnendeuren. De vrouw heeft een eenmanszaak waarmee zij lesgeeft in zumba, yoga, barre en pilates bij diverse sportscholen. Daarnaast verzorgt zij kookworkshops. In 2020 maakt zij vanuit haar woonkamer instructievideo’s en podcasts tijdens de coronalockdown. Zij brengt € 5.400 aan huurkosten ten laste van haar winst uit onderneming. De inspecteur corrigeert deze aftrekpost.
Werkruimte
Kosten van een werkruimte in de eigen woning zijn alleen aftrekbaar als die ruimte naar verkeersopvatting een zelfstandig gedeelte vormt. De onderneemster stelt dat haar woonkamer daaraan voldoet. De ruimte heeft een eigen deur en fungeert als studioruimte. Zij woont naar eigen zeggen in de keuken en slaapkamer. Bovendien zijn de verkeersopvattingen veranderd door de coronacrisis, toen thuiswerken de norm werd. De inspecteur betwist dat de woonkamer zelfstandig is.
Zelfstandigheid
Het hof oordeelt dat de woonkamer geen zelfstandig gedeelte van het appartement vormt. Voor zelfstandigheid is vereist dat de ruimte door uiterlijke kenmerken duidelijk te onderscheiden is, bijvoorbeeld door een eigen opgang of ingang én eigen sanitaire voorzieningen. Het toilet en de badkamer behoren tot het appartement als geheel en niet tot de woonkamer. Zonder eigen toilet heeft de woonkamer onvoldoende zelfstandigheid om als aparte werkruimte te kwalificeren. Dat tijdens de coronacrisis vaker thuis werd gewerkt, verandert de verkeersopvattingen niet zodanig dat de behoefte aan eigen sanitair minder belangrijk is geworden. De huurkosten zijn niet aftrekbaar.
Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden | jurisprudentie | ECLI:NL:GHARL:2026:698 | 02-02-2026
feb 12, 2026 | Formeel recht
Een bv die statutair gevestigd is op Curaçao, maakt deel uit van een complexe structuur met meerdere vennootschappen. De inspecteur stelt na een vestigingsplaatsonderzoek vast dat de bv in de jaren 2010 tot en met 2015 feitelijk in Nederland is gevestigd. De bv lijdt in deze jaren verliezen en verzoekt de inspecteur om deze verliezen bij beschikking vast te stellen.
De inspecteur wijst dit verzoek af, omdat de termijnen voor het vaststellen van een aanslag en navorderingsaanslag zijn verstreken. Tegen deze afwijzing maakt de bv bezwaar, maar de inspecteur verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Volgens de bv is deze beslissing wel degelijk voor bezwaar vatbaar, omdat de wet bepaalt dat de inspecteur het verlies bij een voor bezwaar vatbare beschikking vaststelt.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur het bezwaar van de bv ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank verwijst naar de wet. De rechtbank benadrukt dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat een verliesbeschikking ook kan worden vastgesteld als er geen aanslag is opgelegd, of buiten de reguliere aanslagtermijn.
De wet stelt geen voorwaarden aan de vorm of de termijn van een verzoek tot verliesvaststelling. Dat de bv geen aangiften heeft ingediend of dat de aanslagtermijnen zijn verstreken, staat de vaststelling van een verliesbeschikking niet in de weg. Aangezien de inspecteur tijdens de zitting de hoogte van de verliezen niet meer betwist, stelt de rechtbank zelf de verliesbeschikkingen vast op de door de bv opgegeven bedragen.
Bron: Rechtbank Gelderland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBGEL:2025:10896 | 11-12-2025
feb 12, 2026 | Loonbelasting
Een schoonmaakbedrijf beschikt over twee seizoenkaarten voor Ajax en koopt nog 22 kaarten voor de wedstrijd Ajax-Juventus. De kaarten worden gebruikt door werknemers en de aandeelhouder. Het bedrijf stelt dat de kaarten dienen voor acquisitie en relatiebeheer. De inspecteur legt een naheffingsaanslag loonheffingen op. Het bedrijf heeft namelijk niet geadministreerd wie de wedstrijden heeft bezocht en met welk doel. Is de naheffing terecht?
Zakelijk?
Het bedrijf stelt dat de kaarten acquisitiemiddelen zijn. Potentiële klanten worden meegenomen naar wedstrijden of krijgen kaarten ter beschikking gesteld. Tijdens wedstrijden en evenementen in het stadion doet het bedrijf nieuwe contacten op die leiden tot omzet. De schoonmaakbranche is een competitieve markt waarin contracten tot stand komen op basis van persoonlijke gunning en netwerken. Volgens het bedrijf heeft de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een voordeel in natura.
Privé
De rechtbank oordeelt dat het bezoeken van voetbalwedstrijden in hoge mate een recreatief karakter heeft. Werknemers die een wedstrijd bezoeken, doen dat in beginsel uit eigen persoonlijke behoeftenbevrediging. Het is vervolgens aan het bedrijf om het zakelijke karakter van de verstrekking aannemelijk te maken. Daarin slaagt het bedrijf niet. Het bedrijf heeft niet inzichtelijk gemaakt wie de kaarten heeft gebruikt en of dat een zakelijk of privédoel had. Dat tijdens een wedstrijdbezoek een contact kan worden opgedaan dat uitgroeit tot een zakelijk contact, neemt het consumptieve karakter van het bezoek niet weg. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd.
Bron: Rechtbank Gelderland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBGEL:2025:5000 | 25-06-2025
feb 12, 2026 | Inkomstenbelasting
Een bv ontvangt een schadevergoeding van bijna € 700.000 na een civiele procedure. Het bedrag wordt gestort op de privérekening van de dga. De inspecteur merkt een deel van de onttrekking aan als afkoop van pensioen in eigen beheer. De dga stelt dat de schadevergoeding helemaal niet aan de bv toekomt. Bovendien betwist hij dat de aanslag tijdig is opgelegd. Houdt de aanslag stand?
Schadevergoeding
Een dga houdt alle aandelen in een bv die een pensioenverplichting jegens hem heeft. De fiscale balanswaarde van deze verplichting bedraagt € 229.238. De bv lijdt schade door bouwwerkzaamheden van een bouwbedrijf. Na een civiele procedure en het faillissement van het bouwbedrijf sluiten partijen een vaststellingsovereenkomst. De bv ontvangt een schadevergoeding van € 692.062. Dit bedrag wordt echter gestort op een bankrekening ten name van de dga zelf. De inspecteur merkt een deel van de onttrekking aan als afkoop van pensioenaanspraken. De dga betwist dat de schadevergoeding tot het vermogen van de bv behoort.
Aanslagtermijn
Daarnaast stelt de dga dat de aanslag te laat is opgelegd. De inspecteur heeft namelijk een informatiebeschikking gegeven, waardoor de aanslagtermijn is verlengd. Volgens de dga levert dit misbruik van bevoegdheid op. Het hof oordeelt dat de aanslag tijdig is opgelegd. De normale aanslagtermijn van drie jaar is verlengd met de duur van het verleende uitstel én met de periode tussen de informatiebeschikking en het onherroepelijk worden daarvan. Van misbruik van bevoegdheid is geen sprake, omdat het hof in een eerdere procedure al heeft geoordeeld dat de informatiebeschikking terecht is gegeven.
Afkoop van pensioen
Ten aanzien van de schadevergoeding staat inmiddels tot aan de Hoge Raad vast dat deze een belastbare bate is voor de bv. Nu het bedrag op de privérekening van de dga is gestort en hij niet voornemens is dit terug te betalen, heeft hij het vermogen aan de bv onttrokken. Het hof oordeelt dat de dga een deel van dit bedrag heeft onttrokken als afkoop van pensioen in eigen beheer. De afkoopwaarde is terecht als loon uit vroegere dienstbetrekking belast. Het maakt hierbij niet uit of de dga de onttrekking zelf zo heeft bedoeld. Beslissend is dat de dga een bedrag aan de bv onttrekt, terwijl de bv een pensioenverplichting jegens hem heeft.
Dga’s met een pensioen in eigen beheer moeten er rekening mee houden dat geldstromen van de bv naar privé fiscaal kunnen worden gekwalificeerd als afkoop, met alle gevolgen van dien.
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch | jurisprudentie | ECLI:NL:GHSHE:2025:3545 | 09-12-2025